Welzijnsvereniging Villandry
Statuten

Statuten van Welzijnsvereniging Villandry, gevestigd te Utrecht,
per 27 juli 2007.

 

Inhoud

 

NAAM EN ZETEL

Artikel 1.

1. De vereniging draagt de naam: Welzijnsvereniging Villandry.
2. De vereniging is gevestigd te Utrecht.

 

DOEL

Artikel 2.

1. De vereniging heeft ten doel: het aan de gewone leden en de leden van verdienste, alsmede aan de gezinsleden verstrekken van hulp en bijstand in de meest ruime zin ingeval van ziekte casu quo lichamelijke en/of geestelijke hulpbehoevendheid, en voorts al hetgeen met één of ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.
2. De vereniging tracht haar doel te bereiken door:
a. het verstrekken van geldelijke bijdragen in de kosten verband houdende met de ziekte en/of aandoening waaronder de kosten van (para-)medische begeleiding en bijstand, (thuis-)verzorging en verpleging, alsmede de kosten van voorzieningen en huisvesting en de kosten van opname in een herstellingsoord, rusthuis of een andere instelling van intramurale zorg;
b. het verstrekken van adviezen;
en voorts door het aanwenden van alle andere wettige middelen welke voor het bereiken van het gestelde doel nuttig of nodig worden geacht.

 

VERENIGINGSJAAR

Artikel 3.

Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.

 

LIDMAATSCHAP

Artikel 4.

1. De vereniging kent:
a. gewone leden;
b. ereleden;
c. leden van verdienste.
Waar in deze statuten over het lidmaatschap respectievelijk leden wordt gesproken, worden daaronder -met uitzondering van de gezinsleden- alle categorieën van een lidmaatschap respectievelijk leden verstaan, tenzij het tegendeel blijkt.
2. Gewoon lid van de vereniging kunnen slechts zijn:
a. personen die, ten tijde van de toetreding als lid, een dienstverband hebben met een vervoeronderneming of een daaraan gelieerde onderneming. Het bestuur bepaalt welke ondernemingen als zodanig worden aangemerkt;
b. personen die, ten tijde van de toetreding als lid, geen dienstverband hebben met een vervoersonderneming of een daaraan gelieerde onderneming, maar waarvan een eerder lidmaatschap van de vereniging niet langer dan drie (3) jaar geleden is beëindigd anders dan door achterstallige contributie of royement. Indien een eerder lidmaatschap langer dan drie (3) jaar geleden is beëindigd beslist het bestuur over toetreding.
In het huishoudelijk reglement zijn nadere voorwaarden gesteld aan het lidmaatschap van deze personen.;
c. weduwen en weduwnaars van de onder 2.a. en 2.b. genoemde leden;
d. partners van overleden leden die blijkens een bij notariële akte verleden samenlevingsovereenkomst bij leven duurzaam samenwoonden en een gemeenschappelijke huishouding voerden met de onder 2.a. en 2.b. genoemde leden voorzover zij zich als lid aanmelden binnen twaalf (12) maanden na het overlijden van het lid.
Het bestuur kan besluiten dat de hulpverlening/voorzieningen voor leden welke (voor langere tijd) in het buitenland verblijven, afwijkt van die voor de leden welke in Nederland woonachtig zijn.
3. Zij die als gewoon lid willen toetreden moeten zich schriftelijk bij het bestuur aanmelden. Het bestuur beslist omtrent de toelating. Bij niet toelating door het bestuur kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.
Slechts gewone leden zijn leden in de zin van de wet.
4. Ereleden zijn zij, die wegens hun buitengewone verdiensten jegens de vereniging of in het kader van de doelstelling van de vereniging op voorstel van het bestuur, als zodanig door de algemene vergadering zijn benoemd en die geen gewoon lid zijn.
5. Lid van verdienste zijn gewone leden, die wegens hun buitengewone verdiensten jegens de vereniging of in het kader van de doelstelling van de vereniging op voorstel van het bestuur, als zodanig door de algemene vergadering zijn benoemd.
6. Gezinsleden zijn:
a. de echtgenote of de echtgenoot van het lid van de vereniging;
b. de inwonende kinderen, stief- en pleegkinderen in de leeftijd van nul tot achttien jaar;
c. de kinderen, stief- en pleegkinderen in de leeftijd van twaalf tot achttien jaar, die in verband met het ontvangen van onderwijs of het aanleren van een vak niet bij de ouders inwonen;
d. de partner die blijkens een daartoe opgemaakt notarieel samenlevingscontract tenminste twee jaar duurzaam met het lid van de vereniging samenwoont.
7. Het bestuur houdt een register, waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen.
De leden zijn verplicht adreswijzigingen onverwijld aan het bestuur mede te delen.

 

CONTRIBUTIE

Artikel 5.

1. Gewone leden zijn verplicht tot betaling van een jaarlijkse contributie, vast te stellen door de algemene vergadering. Zij kunnen in categorieën worden ingedeeld, die een verschillende contributie betalen.
2. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van contributie te verlenen.

 

EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP, SCHORSING

Artikel 6.

1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door de dood van het lid, met dien verstande dat het lidmaatschap van personen als bedoeld in artikel 4 lid 2 sub a en b overgaat op de weduwe casu quo weduwnaar van het betreffende lid tenzij deze binnen zes (6) maanden na het overlijden schriftelijk aan het bestuur te kennen heeft gegeven geen lid te willen zijn, als gevolg waarvan het lidmaatschap van het overleden lid geacht wordt te zijn geëindigd bij de dood van het lid;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door de vereniging;
d. door ontzetting.
Voorts kunnen de lidmaatschapsrechten van een lid voor bepaalde tijd
worden opgeschort een en ander zoals hierna in dit artikel bepaald.
2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid (anders dan in artikel 6 lid 1 sub a bedoeld) kan slechts schriftelijk geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken, met dien verstande dat:
a. een lid zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang kan opzeggen binnen één maand nadat hem een besluit is meegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie;
b. een lid zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang kan opzeggen binnen één maand nadat een besluit, waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen andere dan de verplichtingen van geldelijke aard zijn verzwaard, hem is bekend geworden of medegedeeld; het besluit is alsdan niet op hem van toepassing.
3. Opzegging van het lidmaatschap door de vereniging, een erelidmaatschap uitgezonderd, geschiedt schriftelijk door het bestuur; opzegging van een erelidmaatschap geschiedt schriftelijk door de algemene vergadering. Deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap te voldoen, wanneer hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. Opzegging als in dit lid bedoeld geschiedt met onmiddellijke ingang.
4. Een opzegging in strijd met het bepaalde in lid 2, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip, volgende op de datum waartegen was opgezegd.
5. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Ontzetting doet het lidmaatschap met onmiddellijke ingang eindigen.
6. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.
7. Het bestuur kan besluiten een lid te schorsen. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot beëindiging van het lidmaatschap, eindigt door het verlopen van die termijn. Gedurende de schorsing kan een lid de aan het lidmaatschap verbonden rechten niet uitoefenen met dien verstande dat een geschorst lid toegang heeft tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld, alsmede daarover het woord te voeren.
8. Van een besluit als in lid 3 en 5 voormeld wordt het betreffende lid ten spoedigste schriftelijk, met opgave van redenen, in kennis gesteld. Hem staat binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit, beroep op de algemene vergadering open. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst, met dienverstande evenwel dat het geschorste lid het recht heeft zich in de algemene vergadering, waarin het in dit lid bedoelde beroep wordt behandeld, te verantwoorden.

 

RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN ERELEDEN EN LEDEN VAN VERDIENSTE

Artikel 7.

Ereleden en leden van verdienste hebben geen andere rechten en plichten
dan die hun bij of krachtens de statuten of het huishoudelijk reglement zijn
toegekend en opgelegd.

 

HET BESTUUR

Artikel 8.

1. Het bestuur bestaat uit een oneven aantal van tenminste vijf en ten hoogste negen bestuurders. De benoeming geschiedt door de algemene vergadering uit de gewone leden behoudens het bepaalde in lid 2.
Het aantal bestuurders wordt vastgesteld door de algemene vergadering.
2. De benoeming van bestuurders geschiedt uit één of meer bindende voordrachten, behoudens het hierna bepaalde.
Tot het maken van zulk een voordracht zijn zowel het bestuur alsmede tenminste tien gewone leden bevoegd.
De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de algemene vergadering meegedeeld.
Een voordracht door tien of meer gewone leden moet tenminste tien dagen vóór de aanvang van de algemene vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
Aan elke overdracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met tenmiste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering.

 

DUUR, EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP, SCHORSING

Artikel 9.

1. Elke bestuurder treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreden. De aftredende bestuurder is aansluitend onbeperkt herbenoembaar. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster van aftreden de plaats van zijn voorganger in.
2. Een bestuurder houdt op bestuurder te zijn door:
a. het eindigen van zijn lidmaatschap van de vereniging;
b. zijn schriftelijk bedanken;
c. het verlies van het vrije beheer over zijn eigen vermogen;
d. door het verstrijken van de tijd waarvoor hij is benoemd; en
e. het verlies van de hoedanigheid op grond waarvan hij is benoemd.
3. Bij ontstentenis of belet van een bestuurder zijn de overige bestuurders met het bestuur belast. Indien één of meer bestuurders ontbreken, vormen de overgebleven bestuurders een bevoegd bestuur tenzij het aantal overgebleven bestuurders minder bedraagt dan het aantal vacatures. Het bestuur is verplicht binnen drie maanden een algemene vergadering bijeen te roepen om in de vacature(s) te voorzien.
4. Elke bestuurder, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

 

BESTUURSFUNCTIES EN BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR

Artikel 10.

1. De voorzitter wordt door de algemene vergadering in functie gekozen. Het bestuur benoemt uit zijn midden een secretaris en een penningmeester, en zodanige andere functionarissen als het wenselijk acht.
Iedere bestuurder kan meer dan één functie bekleden.
2. Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of een andere bestuurder zulks wenst.
3. In vergadering kunnen slechts besluiten worden genomen indien tenminste de helft van de bestuurders aanwezig is. Een bestuurder kan zich ter vergadering niet laten vertegenwoordigen. Het bestuur kan ook buiten vergadering (schriftelijk) besluiten, mits alle bestuurders zich omtrent het desbetreffende voorstel schriftelijk hebben uitgesproken, waaronder begrepen per elektronische gegevensdrager.
4. Alle bestuursbesluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van stemmen.
5. Van het verhandelde in elke vergadering worden door een door de voorzitter van het bestuur aan te wijzen persoon notulen opgesteld, die na vaststelling door het bestuur door de voorzitter en de secretaris worden ondertekend.
6. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voorzover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
7. Het bestuur is bevoegd uit zijn midden een dagelijks bestuur in te stellen en de taken van het dagelijks bestuur vast te stellen.
Het dagelijks bestuur bestaat tenminste uit de voorzitter, de secretaris en de penningmeester.
8. Voor de wijze van besluitvorming en van vergadering van het dagelijks bestuur is het hiervoor ten aanzien van het bestuur bepaalde van overeenkomstige toepassing.

 

BESTUURSTAAK EN BEVOEGDHEID

Artikel 11.

1. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging. Het bestuur kan als zodanig een of meer van zijn bevoegdheden, mits duidelijk omschreven, aan anderen verlenen. Degene die aldus bevoegdheden uitoefent, handelt in naam en onder verantwoordelijkheid van het bestuur.
2. Erfstellingen mogen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
3. Het bestuur is bevoegd rechtshandelingen aan te gaan en overeenkomsten te sluiten, waaronder ondermeer is begrepen de bevoegdheid van het bestuur te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen alsook tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt.

 

VERTEGENWOORDIGING

Artikel 12.

1. De vereniging wordt vertegenwoordigd door het bestuur. Voorts kan de vereniging worden vertegenwoordigd door twee tezamen handelende bestuurders.
2. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van volmacht aan één of meer bestuurders alsook aan derden, om de vereniging binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Het bestuur kan voorts besluiten aan gevolmachtigden een titel te verlenen.
3. Het bestuur zal van het toekennen van doorlopende vertegenwoordigingsbevoegdheid opgave doen bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

 

JAARVERSLAG REKENING EN VERANTWOORDING

Artikel 13.

1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging en van alles betreffende de werkzaamheden van de vereniging, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend.
2. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de algemene vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders; ontbreekt de ondertekening van een of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt. Na verloop van de termijn kan ieder lid van de gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen dat zij deze verplichtingen nakomen.
3. Omtrent de getrouwheid van de stukken zal aan de algemene vergadering een verklaring afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek worden overlegd.
4. Het bestuur is verplicht de in de leden 1 en 2 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.

 

ALGEMENE VERGADERING

Artikel 14.

1. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene vergadering de jaarvergadering gehouden.
In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
a. het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 13, alsmede de begroting voor het komende verenigingsjaar;
b. voorziening in eventuele vacatures;
c. voorstellen van het bestuur of de individuele leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering;
d. vaststelling van de contributie;
e. verstrekken van informatie over wijzigingen in de vergoedingsregeling.
2. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt danwel in de gevallen waarin dat op grond van de wet of de statuten vereist is.
3. Indien de vereniging eenduizend (1.000) of meer gewone leden kent, is het bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste eenhonderd (100) gewone leden verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier (4) weken. Indien de vereniging minder dan eenduizend (1.000) gewone leden kent is het bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal gewone leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte der stemmen, verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken.
Indien aan een verzoek als bedoeld in de vorige twee volzinnen binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan overeenkomstig artikel 15 of bij advertentie in ten minste één ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veelgelezen dagblad.

 

WIJZE BIJEENROEPEN EN TOEGANG

Artikel 15.

1. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden, volgens het ledenregister danwel door middel van publikatie in een periodiek van de vereniging of in de personeelsbladen van de ondernemingen waarbij de leden werkzaam zijn. De termijn van oproeping bedraagt tenminste vier weken.
2. Bij de oproeping worden de op de vergadering te behandelen onderwerpen vermeld.
3. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle niet geschorste leden en bestuurders van de vereniging een en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 lid 8.
Over toelating van andere dan de hiervoor bedoelde personen beslist de algemene vergadering.

 

STEMRECHT EN BESLUITVORMING

Artikel 16.

1. In vergaderingen hebben alle niet geschorste gewone leden stemrecht. Ieder zodanig gewoon lid kan één stem uitbrengen.
Ieder gewoon lid is bevoegd zijn stem te doen uitbrengen door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander gewoon lid. Ieder lid kan slechts voor één volmachtgever een stem uitbrengen.
2. Besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen, tenzij in deze statuten anders is bepaald.
Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
3. Indien de stemmen staken over een ander voorstel dan de benoeming van personen, is het voorstel verworpen.
4. Stemming over zaken geschiedt mondeling tenzij de vergadering met volstrekte meerderheid van stemmen een schriftelijke stemming verlangd. Stemming over personen geschiedt schriftelijk tenzij de algemene vergadering met unanimiteit van stemmen besluit tot een mondelinge stemming.
Indien bij een benoeming van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming (tussen de voorgedragen kandidaten) plaats.
Heeft alsdan weer niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.
Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht.
Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.
Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
5. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter, dat door de vergadering een besluit is genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
6. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

 

VOORZITTERSCHAP NOTULEN

Artikel 17.

1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur. Ontbreekt de voorzitter dan treedt één der andere bestuurders door het bestuur aan te wijzen als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelve.
2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt, die na vaststelling door de algemene vergadering door de voorzitter en de notulist worden ondertekend. Op verzoek ontvangt een lid een exemplaar van de notulen.
3. Indien een vergadering met inachtneming van het bepaalde in artikel 14 lid 3 van deze statuten op verzoek van leden wordt bijeengeroepen, kunnen degenen die om de vergadering hebben verzocht anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en het opstellen van de notulen.

 

COMMISSIES

Artikel 18.

1. Het bestuur kan één of meerdere commissies instellen en opheffen.
2. Het bestuur stelt de taak en de bevoegdheden van de commissies vast.
3. De leden van de commissies worden benoemd en ontslagen door het bestuur, al dan niet uit zijn midden.

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Artikel 19.

1. Bij een huishoudelijk reglement kan al datgene geregeld worden, waarvan een nadere regeling gewenst wordt geacht. Een huishoudelijk reglement mag geen bepalingen bevatten, die in strijd zijn met de wet of de statuten.
2. Het huishoudelijk reglement wordt vastgesteld en gewijzigd door de algemene vergadering.
Het in de volgende twee artikelen bepaalde omtrent statutenwijziging is van overeenkomstige toepassing op het vaststellen en wijzigen van een reglement.

 

STATUTENWIJZIGING, FUSIE EN SPLITSING

Artikel 20.

1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden aangebracht dan door een besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
2. Tenminste veertien dagen voor de algemene vergadering dient een afschrift van het voorstel waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage te liggen tot na afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden.
3. Het besluit tot wijziging van de statuten kan slechts worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen.
4. Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing bij een besluit tot fusie en splitsing.

Artikel 21.

Het in artikel 20 bepaalde is niet van toepassing indien op de algemene vergadering alle stemgerechtigde leden aanwezig zijn en het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen wordt genomen.

Artikel 22.

De statutenwijziging treedt niet in werking, dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Iedere bestuurder is afzonderlijk bevoegd gemelde notariële akte te verlijden.

 

ONTBINDING

Artikel 23.

1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in de artikelen 20 en 21 is van overeenkomstige toepassing.
2. De vereniging blijft na ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.
In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moet aan haar naam worden toegevoegd: in liquidatie. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop aan de vereffenaars geen baten meer bekend zijn.
3. De bestuurders zijn de vereffenaars van het vermogen van de vereniging. Op hen blijven de bepalingen omtrent de benoeming, de schorsing, het ontslag en het toezicht van bestuurders van toepassing. De overige statutaire bepalingen blijven eveneens voor zo veel mogelijk van kracht tijdens de vereffening.
4. Het batig saldo na vereffening wordt aangewend voor door de algemene vergadering te bepalen zodanige doeleinden als het meest met het doel van deze vereniging overeenstemmen met dien verstande dat het batig saldo in geen geval onder de leden mag worden verdeeld.
5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden vereniging gedurende zeven jaar onder berusting van de door de algemene vergadering daartoe aangewezen persoon.

 

SLOTBEPALING

Artikel 24.

Aan het bestuur komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.

 

OVERGANGSBEPALING

Artikel 25.

In afwijking van het bepaalde in artikel 8 lid 1 worden de bestuurders voor de eerste maal bij deze akte benoemd.

 

 

 

Huishoudelijk reglement

Toetreding als lid

Artikel 1a

  1. De aanmelding tot lid geschiedt schriftelijk en dient ten minste de volgende gegevens te bevatten: personalia van het aspirant-lid, de datum waarop het lidmaatschap moet ingaan en de naam van de onderneming waarin het aspirant-lid werkzaam is.
  2. Aan de leden wordt na toelating een bewijs van lidmaatschap - dat eigendom van de vereniging bljift - een exemplaar van de statuten, van het huishoudelijk reglement en van de vergoedingsregeling verstrekt.

Toetreding als lid na het eerder beëindigen van het lidmaatschap

Artikel 1b

  1. De aanmelding tot lid geschiedt schriftelijk en dient tenminste de volgende gegevens te bevatten: personalia van het aspirant lid, de datum waarop het lidmaatschap moet ingaan, de datum waarop en de reden waarom het eerdere lidmaatschap is beëindigd.
  2. Het oud-lid dient een betalingsbewijs van vroegere lidmaatschap te overleggen of ter uitsluitende beoordeling door het bestuur het eerdere lidmaatschap aannemelijk te maken.
  3. Het oud-lid dient alsnog de contributie te voldoen vanaf de datum van het beëindigen van het lidmaatschap tot het tijdstip van aanmelden als nieuw lid.
  4. Het oud-lid heeft vanaf de datum van het (nieuwe) lidmaatschap, en na ontvangst van de contributie, weer recht op vergoedingen.
  5. Het recht op vergoedingen geldt niet voor behandelingen die reeds waren ingegaan voor de datum van het (nieuwe) lidmaatschap.
  6. Indien het oud-lid is overleden dient voor "het oud-lid" gelezen te worden "de partner van het oud-lid".

 

Contributie

Artikel 2

  1. De contributie, genoemd in art 5, lid 1 van de statuten wordt na verleende machtiging maandelijks ingehouden op het loon, het pensioen en/of de loonvervangende uitkeringen of via de automatische incasso jaarlijks afgeschreven van de (post-)bankrekening van het lid.

Hulp/Zorg

Artikel 3

  1. De hulp, voortvloeiend uit de in art 2 van de statuten vermelde doelstelling, wordt gegeven volgens de richtlijnen en voorwaarden van de daarvoor opgestelde vergoedingsregeling.
  2. Deze vergoedingsregeling wordt door het bestuur opgesteld, gewijzigd c.q. aangevuld. Leden kunnen daarvoor suggesties doen, maar het bestuur is niet verplicht deze op te volgen. Het bestuur legt van zijn beslissing verantwoording af aan de leden in de algemene vergadering.
  3. Wijziging c.q. aanvulling op de vergoedingsregeling wordt de leden schriftelijk met een wijzigings- c.q. aanvullingsblad op de vergoedingsregeling ter kennis gebracht. Een eventuele vooraankondiging geschiedt op de in art 14 lid 1 van de statuten genoemde jaarvergadering.
  4. Eerst na verloop van een periode van 12 maanden te rekenen vanaf de aanvang van het lidmaatschap kan een beroep worden gedaan op de voorzieningen van de vergoedingsregeling. Gemaakte kosten die betrekking hebben op de periode voor het einde van de wachttijd komen aldus niet voor vergoeding in aanmerking. De wachttijd van 12 maanden is niet van toepassing indien het lidmaatschap is aangevangen binnen 6 maanden na de indiensttreding bij een tot de doelgroep behorende onderneming. De wachttijd van 12 maanden is evenmin van toepassing indien binnen 12 maanden na het overlijden van een lid sprake is van voortzetting van het lidmaatschap door de nagelaten betrekking zoals genoemd in art 4 lid 2c en 2d van de statuten. Het bestuur kan besluiten tot wijziging of teniet doen van de wachttijd (dit zal o.a. het geval kunnen zijn bij overname van rechten en plichten van een bestaand ander fonds).
  5. Om gerechtigd te zijn tot verkrijging van een voorziening ingevolge de vergoedingsregeling moet het lid eerst de mogelijkheden tot het verkrijgen van een vergoeding bij de zorgverzekeraar, overheid, sociale (bedrijfs) fondsen e.d. hebben benut.
  6. De Commissie welke belast is met de afhandeling van de vergoedingsregeling beoordeelt de aanvragen en stelt de aanvrager van de beslissing erover zo spoedig mogelijk op de hoogte.
  7. Indien een lid zich niet kan verenigen met een genomen besluit dan kan hij binnen een termijn van vier weken nadat hem de beslissing is meegedeeld bij het bestuur in beroep gaan. Het bestuur beslist vervolgens binnen een termijn van 2 maanden en tegen dat besluit is geen hoger beroep mogelijk.

Jaarverslag

Artikel 4

Het jaarverslag wordt na vaststelling door het bestuur op aanvraag aan de leden toegezonden.

 

Bestuur

Artikel 5

  1. Voorzitter, secretaris, penningmeester en de overige bestuursleden vormen tezamen het bestuur.
  2. Het bestuur benoemt de commissies die adviserende en/of gedelegeerde uitvoerende bevoegdheden krijgen. De voorzitter van iedere ingestelde commissie zal te allen tijd een lid van het bestuur moeten zijn. De overige leden van commissies zijn (bestuurs-)leden van de vereniging en/of personeelsleden.
  3. Besluiten van het bestuur worden met volstrekte meerderheid van stemmen genomen. Staken de stemmen dan wordt een voorstel geacht te zijn verworpen.
  4. Het bestuur is bevoegd tot het voeren van processen en het aangaan van dadingen.
  5. Het bestuur beslist over de aanstelling resp. het ontslag van personeel in dienst van de vereniging.
  6. Het bestuur bepaalt de wijze van belegging, alsmede de wijze waarop de beleggingsbewijzen worden bewaard.
  7. Het bestuur wijst één of meer bankinstellingen aan, alsmede de accountant.

Vergoeding van kosten

Artikel 6

In het belang van de vereniging worden door leden, commissieleden en bestuursleden gemaakte kosten overeenkomstig daartoe gestelde regels vergoed.

 

Slotbepaling

Artikel 7

In de gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur. Het bestuur is desgewenst verplicht over deze beslissingen verantwoording af te leggen aan de algemene vergadering.

 

 
Statuten + HRR